Veel ouders maken zich zorgen over de slaap van hun baby.
- lise Dullaerts
- 14 mrt
- 2 minuten om te lezen
Je hoort adviezen zoals: “Hij moet leren doorslapen”, “Je moet hem laten huilen” of “Je moet een strak schema volgen.”
Maar eerlijk?
Veel van die adviezen zijn te simplistisch voor iets dat eigenlijk heel complex is.
Onderzoek binnen Infant Mental Health (IMH) en het Possums Sleep Program laat zien dat slaap bij jonge kinderen niet alleen een kwestie is van gedrag of routines. Slaap wordt beïnvloed door ontwikkeling van het brein, regulatie van het zenuwstelsel, prikkelverwerking en de relatie met de ouder.

Babyslaap is ontwikkeling, geen vaardigheid die je “aanleert”
Baby’s slapen anders dan volwassenen. Hun slaapcycli zijn korter (ongeveer 45–50 minuten) en het biologische dag-nachtritme moet zich nog ontwikkelen. Het slaaphormoon melatonine begint pas rond 3 à 4 maanden duidelijk volgens een ritme te worden aangemaakt.
Daarom is het normaal dat baby’s regelmatig wakker worden in de nacht. Nachtelijk ontwaken hoort bij hun biologische slaaparchitectuur.
Het zenuwstelsel en regulatie
Jonge kinderen zijn nog niet in staat zijn om zichzelf volledig te reguleren. Hun zenuwstelsel ontwikkelt zich in interactie met hun verzorger. Dit proces noemen we co-regulatie: een volwassene helpt het kind om spanning, emoties en prikkels te verwerken.
Wanneer een ouder nabij is, troost of helpt ontspannen, leert het kind geleidelijk zelf rust te vinden. Deze interacties zijn belangrijk voor de ontwikkeling van emotionele regulatie en stressverwerking.
De rol van prikkels en vermoeidheid
Slaap wordt ook sterk beïnvloed wordt door biologische slaapdruk en prikkelverwerking.
Baby’s die overprikkeld of oververmoeid raken, maken meer stresshormonen zoals cortisol aan. Dat kan het inslapen moeilijker maken en tot vaker wakker worden leiden. Maar ook onderprikkeling of te weinig sensorische stimulatie kan de slaap negatief beInvloeden.
Het kan helpen om te kijken naar:
voldoende daglicht en activiteit overdag
het volgen van signalen van het kind in plaats van strikte schema’s
een rustige overgang naar slaap
ondersteuning van ouders in plaats van focus op slaaptraining
Wat betekent dit voor ouders?
Wanneer we slaap bekijken vanuit ontwikkeling en regulatie, verschuift de focus. Niet naar het “fixen” van slaap, maar naar het ondersteunen van het kind in zijn ontwikkeling.
Wat vaak helpt:
voorspelbare routines
nabijheid en troost wanneer een kind moeite heeft met slapen
aandacht voor prikkels en vermoeidheid
realistische verwachtingen over babyslaap
Slaap ontwikkelt zich stap voor stap.
En jouw aanwezigheid en responsiviteit zijn een belangrijk onderdeel van dat proces.
Bronnen
Douglas, P., & Hill, P. (2013). Behavioral sleep interventions in the first six months of life do not improve outcomes for mothers or infants. BMJ.
Douglas, P. (2020). The Discontented Little Baby Book. University of Queensland Press.
Feldman, R. (2007). Parent–infant synchrony and the construction of shared timing. Developmental Psychology.
Mindell, J. A., & Owens, J. (2015). A Clinical Guide to Pediatric Sleep.
Porges, S. (2011). The Polyvagal Theory.
Rivkees, S. (2003). Developing circadian rhythmicity in infants. Pediatrics.




Opmerkingen