Huilen helpt wél... Alleen wordt het verkeerd uitgelegd!
- lise Dullaerts
- 15 apr
- 5 minuten om te lezen
Als ouder kom je vroeg of laat in dit spanningsveld terecht: laat ik mijn kind huilen, neem ik het op, blijf ik erbij, of help ik het stap voor stap zelfstandiger worden?
Online en in opvoedingsboeken lijken de meningen vaak lijnrecht tegenover elkaar te staan. Enerzijds hoor je dat “ontladend huilen niet bestaat” en dat afstand nemen schadelijk is. Anderzijds ervaren veel ouders dat hun kind net beter slaapt en rustiger wordt wanneer ze het geleidelijk leren om zelf in slaap te vallen, mét ondersteuning.
Hoe verzoenen we deze perspectieven? In deze blog neem ik je mee in wat de wetenschap zegt, waar nuance nodig is, en hoe dit zich vertaalt naar de dagelijkse praktijk.

Bestaat “ontladend huilen”?
Het idee dat huilen stress “uit het lichaam verwijdert” komt onder andere voort uit biochemisch onderzoek dat aantoonde dat emotionele tranen bepaalde stressgerelateerde stoffen bevatten.
Dat klinkt overtuigend, maar:
De hoeveelheid van die stoffen in tranen is zeer klein
Het effect op het totale stressniveau in het lichaam is verwaarloosbaar
De huidige consensus neigt naar: het effect van huilen is vooral neurobiologisch en relationeel, niet “afvoerend”. Toch voelen kinderen (en volwassenen) zich vaak beter na huilen. Dat is geen illusie maar de verklaring ligt elders.
Wat wél gebeurt:
Activatie van het parasympathisch systeem (rust)
Oxytocine en endorfines ↑
Sociale binding ↑
Gevoel van steun ↑
Waarom voelt huilen dan toch “ontladend”?
Dat gevoel is reëel, maar de verklaring is anders:
1. Zenuwstelsel-reset
Na intense activatie (huilen):
volgt vaak een parasympathische rebound: het moment waarop het lichaam tot rust komt ná een intense emotionele uitbarsting. Tijdens een flinke huilbui staat het lichaam 'aan' (hoge hartslag, snelle ademhaling). Zodra het huilen stopt, neemt het parasympathisch zenuwstelsel het krachtig over om de balans te herstellen. Het hartslag daalt snel en een kind voelt zich plotseling heel moe of juist opgelucht. Het is de biologische reden waarom een kind na een flinke huilbui vaak direct in slaap kan vallen
2. Sociale regulatie
Huilen lokt nabijheid uit. Geen enkele ouder (tenzij het zou geadviseerd worden door een derde persoon) zou uit zichzelf zijn of haar kind eindeloos laten huilen zonder het kind op te nemen of te troosten. De natuur heeft ons zo gemaakt dat we getriggerd zijn om op het huilen van een kind te reageren. Hierdoor ontstaat dus een sociale en emotionele regulatie: een ouder gaat het kind troost, er is verbinding en er ontstaat veiligheid => dát verlaagt stress!
3. Ritmisch effect van huilen
Er is ook nog een fysiek effect bij huilen, het snikken zelf verandert ademhaling en heeft hierdoor een soort “regulerend” effect op het lichaam.
Waar zit het "oude" onderzoek wél juist?
Het onderzoek naar ontladend huilen komt uit de boeken en het onderzoek van Aletha Solter. Is zij dan zo verkeerd? En is het huilen op zich dan niet ontladen? Belangrijk side note: haar observatie is niet zomaar “fout”.
Ze ziet correct dat:
✔ kinderen vaak rustiger worden na huilen
✔ huilen samenhangt met verwerking
✔ huilen mét nabijheid helpend is
=> Alleen de verklaring (toxines “uit huilen”) is waarschijnlijk niet de hoofdrede, maar geef wel aan dat huilen effectief iets doet met het lichaam dat de stress probeert te verlagen.
In plaats van:
“huilen voert stressstoffen af”
Zou je wetenschappelijk nauwkeuriger zeggen:
“huilen is een gedrags- en fysiologisch proces dat, vooral in een veilige relatie, helpt om het zenuwstelsel terug naar regulatie te brengen”
Wat met troosten dan, moet ik altijd opnemen?
Hier raken we een punt waar adviezen vaak te zwart-wit worden gecommuniceerd. Er is een verschil tussen aanwezig zijn bij je kind en je kind niet troosten of responsieve aanwezigheid met afstemming maar ook met een ruimte om het kind zelf te laten zoeken wanneer het hier klaar voor is, “gradual withdrawal” of “responsive sleep training” wordt genoemd. Dat kan, onder bepaalde voorwaarden, goed samengaan met gezonde regulatie.
Waar komt de waarschuwing vandaan, dat je kind niet altijd opnemen stressverhogend zou zijn?
Die komt vooral uit onderzoek naar situaties zoals:
langdurig onbeantwoord huilen (extinction / “laten uithuilen” zonder respons)
lage sensitiviteit of inconsistente respons
zeer jonge baby’s met weinig regulatiecapaciteit
In die context zie je:
verhoogd cortisol
weinig effectieve zelfregulatie
soms “stil worden” zonder echte ontspanning
Daarom wordt vaak gezegd: afstand + huilen = risico
Maar het kan ook fundamenteel anders
Wanneer je "ruimte laat om te huilen" binnen beschermende factoren:
✔ je bent aanwezig
✔ je reageert (stem, eventueel aanraking)
✔ je bouwt het geleidelijk op
✔ je respecteert de draagkracht van het kind
Is geen “laten huilen”, maar ondersteund leren reguleren. Dit kan voor vele kinderen heel goed werken, zolang de ouder goed kan aanvoelen wat het kind aankan en geen vaste opgelegde schema's gaat volgen van buiten af
Waarom kan dit wél werken?
1.Co-regulatie → zelfregulatie (scaffolding)
Je kind leert stap voor stap:
eerst: regulatie mét jou
daarna: regulatie met minder input
uiteindelijk: meer zelfstandig
Dit heet in ontwikkelingspsychologie:“scaffolding” (tijdelijke ondersteuning die je afbouwt)
2.Window of tolerance
Zolang je kind:
niet overspoeld raakt
binnen zijn “window of tolerance” blijft
kan lichte spanning juist helpen: het zenuwstelsel leert:“ik kan dit aan”
3.Interne representatie van veiligheid
Door herhaalde ervaring:
“mijn ouder is beschikbaar”
“ik ben veilig, ook als mama/papa niet fysiek draagt”
de ouder wordt als het ware intern opgeslagen
Wanneer wordt het wél problematisch?
Wanneer ouders adviezen opvolgen zoals:
❌ Zet maar door, ookal is je kind langdurig overstuur
❌ Je zet je timer voor je naar binnen gaat (signalen worden genegeerd)
❌ Je bent aanwezig maar je doet niets (er is geen echte responsiviteit)
❌ Je moet elke dag de afstand vergroten (de stapjes te groot zijn)
❌ Hoe boos je kind ook is, je moet doorzetten (het kind gaat structureel buiten zijn draagkracht)
Dan kan stress inderdaad oplopen zonder regulatie en dit kan blijvende gevolgen hebben voor de regulatie en de zelfregulatie van het kind.
Hoe zie je of jouw kind met jouw aanpak zich “echt gereguleerd” voelt?
Wanneer continue troost zwaar aanvoelt en je jouw kindje wil sturen richting meer zelfstandigheid, hoe weet je dan wanneer je goed bezig hebt? Hoe weet je of je jouw kleintje niet te erg aan het pushen bent? Of hoe zie je wanneer je juist een stapje verder kan gaan? Deze observaties kunnen je helpen:
✔ de stress loopt niet te hoog op wanneer je jouw kindje troost?
✔ jij stuurt tijdig bij wanneer je aanvoelt dat je kindje te veel uit zijn comfortzone geraakt
✔ je kindje heeft vertrouwen in jouw beschikbaarheid, het is steeds snel gerust gesteld zodra je binnenkomt of je kindje aanraakt/toepspreekt
✔ je ziet dat je kindje zijn autonomie groeit, zowel bij slapen als ook overdag en bij het reguleren van zijn/haar emoties.
Waarom is er toch nog steeds zoveel tegenstijdig advies?
Omdat sommige adviezen gebaseerd zijn op extreme gevallen, zowel in het kamp van extreem responsief en het kamp extreme slaaptraining. Nuance gaat verloren in populaire opvoedingsboodschappen, het moet catchy zijn en snel toepasbaar... Opvoeden is geen van beiden! “veiligheid” wordt vaak vertaald als “altijd maximale nabijheid”, terwijl ontwikkeling eigenlijk vraagt om:
balans tussen nabijheid en geleidelijke autonomie
Conclusie
Huilen is geen mechanisme dat stress “uit het lichaam verwijdert”
Regulatie gebeurt via relatie en zenuwstelsel
Fysieke nabijheid is krachtig, maar niet altijd exclusief noodzakelijk
Geleidelijk zelfstandigheid opbouwen kan perfect samengaan met veiligheid
De kern is geen specifieke methode, maar dit:
Afstemming + veiligheid + kleine stappen
Daar groeit zowel rust als zelfstandigheid uit.
Er bestaat geen one-size-fits-all aanpak. Wat telt is niet of je je kind oppakt of niet, maar:
zie je je kind?
reageer je afgestemd?
respecteer je zijn grenzen?
Van daaruit ontstaat wat elk kind nodig heeft: regulatie, vertrouwen en groei.




Opmerkingen